Dit huis heeft een begane grond, verdieping en zadeldak met windveren. Een windveer is een plank langs de rand van een met pannen of riet gedekt dak om de voorrand van de topgevel af te dekken. Zo voorkomt men het afwaaien van de pannen bij storm.

Het woonhuis aan de Hogestraat. © Hans Barten
Voorgevel met ingangspartij. © Hans Barten

Luiken

De symmetrische voorgevel is drie traveeën breed. Het heeft een ingangspartij voorzien van een omlijsting met platstukken en hoofdgestel en een paneeldeur met daarboven een tweeruits bovenlicht. Ter weerszijden van de ingang zit een raam met een rollaag en luiken. Zowel aan de voorgevel als aan de zijmuur zijn aan de raampartijen luiken te zien. Over de benaming “luiken” bestaat verwarring, aangezien in de volksmond in Maas en Waal de luiken “vensters” worden genoemd.

Ramen

In de linkerzijgevel valt een staand “ossenoog” op. Dit ovaalvormige raam is doorgaans liggend geplaatst. In de rechtermuur zijn twee gietijzeren rondvensters te zien met een bloemachtig motief. Boven het rechter ronde raam valt een stalraampje op, met rechts ervan een gewoon raam. Tezamen een prachtig voorbeeld van bouwhistorie.

Kadaster

Het gebouw heeft als kadastraal nummer B3574. Vroeger hadden de huizen nog geen huisnummers zoals wij die nu kennen. Toen ons land in 1811 bij het Franse rijk werd ingelijfd, begon men met het invoeren van het kadaster. Een gemeente werd daartoe in wijken verdeeld. De meest noordelijke wijk werd A. Daarna volgde het individuele huisnummer. Afhankelijk van de grootte van het dorp, werden meer letters toegevoegd.

De particuliere woning is van binnen niet te bezichtigen.