De Maas is een grillige rivier die in de loop van de geschiedenis haar loop diverse malen heeft verlegd, soms op natuurlijke wijze, soms door de mens een handje geholpen. Het is een regenrivier met zeer wisselende waterstanden. In droge perioden is ze eeuwenlang te laag om er te varen. Ze wisselt dat af met perioden van gevaarlijk hoogwater. Ook dan blijven de schepen noodgedwongen aan wal. Om de Maas te temmen, gaat de rijksoverheid eind negentiende eeuw over tot kanalisatie.

De stuw bij Lith in aanbouw in 1936. © Collectie Peter Deurloo
©Peter Deurloo, historicus en journalist De Gelderlander  CC-BY
bron: www.mijngelderland.nl
Deel van de kaart uit "Rapport betreffende de verbetering van de Maas voor groote afvoeren" (1926), Dr. C.W. Lely © Dr. C.W. Lely cc-by
De stuw bij Lith in de huidige situatie © Rijkswaterstaat
Met een kiepkarretje werd grond vervoerd en elders weer gedumpt. © Nationaal Archief
Overzicht van kronkels en afsnijdingen van de Maas. © Rijkswaterstaat
De nieuwe Maasloop bij Alphen met de stuw in aanbouw. © Rijkswaterstaat
Een doorkijkje op het zware werk. © Nationaal Archief
Uit het Volksdagblad van 3 november 1938, bericht over een van de stakingen tijdens de Maaskanalisatie © Delpher
Graven van de nieuwe Maasloop bij Maasbommel. © Nationaal Archief
Luchtfoto van de maaskanalisatie bij Balgoij (links) en Keent. Afsplitsing op voorgrond is Loonse Waard. Opname gemaakt op 5 november 1938. © KLM Aerocarto 013734zr, Aviodrome.info

Begin van de kanalisatie 

Al sinds het begin van de jaren tachtig van de negentiende eeuw sleutelt Nederland aan de Maas. Als België de Maas bovenstrooms van Luik wil kanaliseren, willen de Nederlandse Maassteden in Limburg de kanalisatie doortrekken in Nederland. De Limburgse mijnbouw heeft behoefte aan een goede vaarweg. De kanalisatie blijft beperkt tot de Maas tussen Maasbracht en Grave. Het Julianakanaal neemt later het ontbrekende stuk, verder zuidelijk, voor zijn rekening. 

Stuwen 

Voor kanalisatie van een rivier met heel wisselende waterstanden, zijn stuwen nodig. De Maas verandert daarmee in een opeenvolging van relatief diepe en rustig stromende stuwmeren die onder bijna alle omstandigheden goed bevaarbaar zijnTussen Maasbracht en Grave zijn er vijf beweegbare stuwen, die bij een plotseling wassende rivier opengezet worden. Ook westelijk van Maas en Waal, grijpt de overheid in. In 1904 dammen ingenieurs bij Andel de rivier af en graven een nieuwe bedding: de Bergsche Maas.  

Overal even breed en diep 

Dan resteert nog het stuk tussen Grave en Lith. Ook dat wil de rijksoverheid kanaliseren. De bochten moeten zoveel mogelijk uit de rivier. Dat zorgt voor een snellere afvoer richting zee. De watersnood van 1926 is de laatste zet die leidt tot de kanalisatiewet van 1929. Ingenieur Lely stelt al in 1926 voor tussen Grave en Blauwe Sluis tien scherpe bochten af te snijden. Het maakt de Maas 19 kilometer korter en verkleint het risico op een nieuwe ramp. Ook neemt de druk op Brabant af. Bij hoogwater stroomt daar de Beerse Overlaat over en ontstaat er een binnendijkse rivier van Beers tot Den Bosch. Het afvoerend vermogen van de Maas verandert van 1300 kubieke meter per seconde naar 3200 kuub per seconde. De rivier wordt overal even breed en diep.  

De rug krom

Het werk begint in 1931. Dat gaat niet met draglines en graafmachines, maar grotendeels met de hand. Tewerkgestelde werklozen steken de bedding van de nieuwe Maas uit met scheppen. Het is het grootste werkverschaffingsproject van Nederland. Al snel is de gevleugelde uitdrukking: 'om de Maas recht te trekken, werd de rug krom.' Het levert de arbeiders een karig loon op en ze staken geregeld.  

Begin 1936 is de bouw van de Lithse stuw klaar. Pas na voltooiing wordt de nieuwe loop van de Maas richting stuw verder uitgegraven. In de loop van 1936 komen de werkzaamheden van de doorsnijdingen bij Megen, Maasbommel, Oijen en Lith zo goed als klaar. In 1940 is de hele klus geklaard.  

Verschuivingen 

Door het rechttrekken van de bochten komen grote stukken land ineens in een andere provincie te liggen, ze verhuizen van Gelderland naar Noord-Brabant of vice versa. Soms zelfs hele dorpen, zoals Balgoij en Keent. Alem wordt gescheiden van Maren-Kessel en komt aan de noordkant van de Maas te liggen, in Gelderland. Een enorme slok Megens boerenland, de Megensche Ham, wordt afgesneden van het Brabantse dorp 

Maasslingers 

De oude Maasslingers worden gedempt en omgevormd tot landbouwgebied. Opmerkelijk is dat na het jaar 2000 een aantal van die slingers in ere zijn hersteld. Rijkswaterstaat begint dan met een programma voor  bescherming tegen hoogwater en natuurontwikkeling. Zo is bij Keent de oude Maasarm opnieuw uitgegraven.  

Bronnen en verder lezen:  

  • H.J.G. Buijks, Bouwen aan de stuw van Lith, 1932-1936 (Lith 1986).
  • P. Deurloo, Grote Werken, hoe Maas en Waal welvarend werd (Beuningen/Nijmegen 2017).
  • A. Driessen & G. van de Ven, In de Ban van Maas en Waal (Tiel 2004).