Het Land van Maas en Waal is vanaf 1600 afgegleden. Extern grootgrondbezit, wurgende pachtcontracten, extreme versnippering van percelen, inklinkende kleigronden en een opeenvolging van watersnoodrampen veroorzaken enorme verarming. Eind jaren 1930 maakt een groep notabelen een plan om het gebied te versterken. Na 1953 gaat een allesomvattend en ambitieus project van start: de ruilverkaveling Maas en Waal West.

Boerderijverplaatsingen, boerderijen uit de dorpen naar de polder © Uit: Grote Werken, CC-BY
©Jeanette van Rossum  CC-BY-NC
bron: www.mijngelderland.nl
De opening van het Quarles van Uffordgemaal in 1953 © Nationaal Archief, CC-BY4.0
Weide vol distels en onkruid © Gelderse Komgrondcommissie/Gelders Archief, CC1.0
Slechte toestand van het poldergebied © Gelderse Komgrondcommissie/Gelders Archief, CC1.0
Een van de vele kaarten in het kader van de ruilverkaveling: het landschapsplan © WHAM, CC-BY-NC
Grasland bewerken © Gelderse Komgrondcommissie/Gelders Archief, CC1.0
Egaliseren © Gelderse Komgrondcommissie/Gelders Archief, CC1.0
Zwaar materieel om het land opnieuw in cultuur te brengen © Gelderse Komgrondcommissie/Gelders Archief, CC1.0
Een van de 96 nieuw gebouwde ruilverkavelingsboerderijen © Gelderse Komgrondcommissie/Gelders Archief, CC1.0
De koningin komt op bezoek in de eerste nieuwe ruilverkavelingsboerderij, © Gelderse Komgrondcommissie/Gelders Archief, CC1.0
De koningin op de thee in de eerste nieuwe ruilverkavelingsboerderij © Gelderse Komgrondcommissie/Gelders Archief, CC1.0
Invloedrijk boek over de armoedige toestanden op het platteland van het rivierengebied © Gelderse Komgrondcommissie/Gelders Archief, CC1.0

Een betere ontsluiting

Na de voedselschaarste in de Tweede Wereldoorlog wil de overheid de landbouwproductie vergroten. Landbouwminister Sicco Mansholt wil de arme landbouwgrond, het ‘onland’ ontwikkelen en de mentaliteit van de boeren veranderen middels ‘heropvoeding’.  De overheid wil het gebied beter ontsluiten. Het wegennet is zeer slecht. Onverharde weggetjes zijn in de winter onbegaanbaar en in de zomer vol stof en kuilen. Altijd droge verbindingswegen zijn er bijna alleen over de dijken. De Van Heemstraweg loopt alleen nog van Nijmegen tot Druten. De Noord-Zuidverbindingen door de polder zijn ‘s winters vrijwel onbegaanbaar door zompigheid. Ingeklemd tussen twee rivieren is Maas en Waal een geïsoleerd gebied.

Komkleigrond

De boeren krijgen alleen een goede opbrengst op de hogere gronden bij de dorpen, waar hun boerderijen liggen. De schrale, natte en laaggelegen komkleigrond in 'het veld', de polder, is een agrarische woestijn. In het najaar en de winter is die grond niet te bewerken. Ze is alleen geschikt als marginaal hooiland en voor wilgenakkers. De grond is verkaveld in minieme percelen. De meeste keuterboeren kunnen nauwelijks een boterham verdienen. De oplossing is ruilverkaveling. Die vindt plaats van 1954 tot 1960. Het plan daarvoor is als voor de Tweede Wereldoorlog gemaakt door de dijkgraaf en burgemeester van Appeltern Johannes de Leeuw en een aantal andere Maas en Walers. De ruilverkavelingswet van 1954 dwingt elke grondeigenaar mee te doen. De wet regelt herverdeling van grond maar ook landschapsinrichting en wegenbouw.

Ontwateren

Het gebied wordt beter ontwaterd. Daar zorgt het grote elektrische gemaal Quarles van Ufford voor dat in 1953 bij Alphen wordt gebouwd. De sloten en weteringen worden verbeterd, het land gedraineerd, omgeploegd en bemest. In het eerder lege veld verschijnen asfaltwegen en 96 nieuwe boerderijen. Kosten nog moeite worden gespaard. De regering zet een deel van de Marshallhulp in. Omdat Maas en Waal West dan de enige ruilverkaveling is, komt er veel geld beschikbaar. Ondanks de riante subsidies, kost het de landbouwvoorlichtingsdienst veel overredingskracht om boerenzonen naar de nieuwe boerderijen te krijgen. Uiteindelijk verruilen ze hun slecht verkavelde grond en keuterboerderij in het dorp voor een eigentijdse ruilverkavelingsboerderij. Dat zijn gemengde bedrijven met tien hectare grond, op dat moment dé toekomstgerichte onderneming.

Sceptisch

Aarzelend beginnen de pioniers aan een avontuur. Veel oudere boeren zijn sceptisch. Het is volgens hen roekeloos te gaan boeren op het vroegere onland. Maar aarzeling gaat al snel over in enthousiasme bij de nieuwe boeren en jaloezie op hun succes bij de oude boeren. Voor de gezinnen is de verhuizing naar de polder een enorme sprong in welvaart. De boerderijen zijn voorzien van waterleiding en elektriciteit. Het wooncomfort is ongekend voor die tijd. Werken op de boerderij wordt gemakkelijker en brengt veel meer op. De grotere en beter bereikbare weilanden en akkers zijn een zegen voor de streek. De komgronden zijn goede landbouwgrond geworden. Soms verdubbelt de opbrengst.

Een nieuwe boerenmens

'Landbouwvoorlichters' nemen de boeren bij de hand. Ze willen een nieuwe boerenmens creëren. Alles lijkt maakbaar. Ze geven ook aandacht aan scholing, cultureel en sociaal leven. Ze bevorderen het bouwen van dorpshuizen en stimuleren het verenigingsleven. Alles om het plan maar te laten slagen. In de jaren 1960 gaat de ruilverkaveling verder in het oosten van het gebied en later volgt een tweede ruilverkaveling in West Maas en Waal.

Bronnen en verder lezen:

Een nieuw land: ruilverkaveling Maas en Waal West