De industriële revolutie bereikt in de negentiende eeuw ook het Land tussen Maas en Waal. Stoommachines nemen het werk van de kracht van wind, van de paarden en de mensen over. Stoomgemalen malen het water uit de polder, stoombaggerschepen baggeren de rivieren uit. Stoommachines zorgen voor de energie op werven, boterfabrieken, jam- en stroopfabrieken, bierbrouwerijen en klompenmakerijen. Deze bedrijvigheid is er al eeuwen maar krijgt nu een industrieel karakter. Er ontstaat ook een nieuwe industrie: meubelfabrieken.

De eerste boot, gebouwd op de werf Meijer © Heemkunde Vereniging Leeuwen
©Peter Deurloo, historicus en journalist  CC-BY-NC
bron: www.mijngelderland.nl
De werf Meijer in Beneden-Leeuwen © Heemkunde Vereniging Leeuwen
Stalen schip van stapel gelopen bij Meijer, Het Nieuws van den Dag/De Kleine Courant, 17 april 1894 © Via Delpher, PD
Het eerste stalen schip van Meijer, De Zuidwillemsvaart, 19 december 1892 © Via Delpher, PD
De meubelfabriek van Salet is afgebrand, uit De Indische Courant, 12 mei 1928 © Via Delpher, PD
Salet opent toonzaal in Tilburg, advertentie in de Nieuwe Tilburgsche Courant 11 februari 1932 © Via Delpher, CC-BY

Industrieën komen op stoom

De stoomgemalen maken in de streek als eerste gebruik van stoomaandrijving. Traditionele, ambachtelijke bedrijfstakken als het bierbrouwen en het klompenmaken volgen. Aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw zet de stoomrevolutie zich tussen Maas en Waal stevig door. Zo gaat de stoomtram er in 1902 rijden en ontstaat er in vrijwel ieder dorp een boterfabriekje op stoom. Boterfabrieken De Hoop in Beneden-Leeuwen en Gelria in Wamel zijn in 1895 een van de eerste. Appeltern krijgt pas in 1935 een boterfabriek. In Beuningen komt rond 1900 bier-, jam- en stroopfabriek De Asdonck. In Beneden-Leeuwen ontstaat in 1935 de fruitverwerkings- en wijnfabriek Gelo. De fabrieken gaan later over op dieselmotoren.

Scheepsbouw

(Beneden-)Leeuwen heeft een bijzondere positie in de industrie tussen Maas en Waal. Het dorp kent sinds 1600 een scheepsbouwtraditie. Daarin speelt de familie Meijer (of Meyer) een belangrijke rol. De Meijers oefenen het vak uit tot in het industriële tijdperk. Rond 1850 richten Frans van den Heuvel (directeur), Dorus van Lent, Hannes van Teeffelen, Jan Gubbels en Wim Salet samen de werf De Eendracht op. Ze bouwen en repareren schepen. In 1907 richt G.B.A. Eltink een werf op waar hij schokkers, parlevinkers en vletten bouwt.

Meubels

Uit de bouw van houten schepen ontstaat de meubelindustrie van Beneden-Leeuwen. Wim Salet van De Eendracht ziet rond 1910 geen toekomst meer in een werf voor houten schepen. Hij wil deze 'houteren werf' omzetten in een 'ijzeren werf'. Meijer heeft in 1892 al zijn eerste ijzeren schip gemaakt. Directeur Van den Heuvel van De Eendracht is al in 1910 overleden. Salet wil de andere drie firmanten uitkopen, maar dat mislukt. Meijer koopt de aandelen van De Eendracht. Wim Salet neemt ontslag en begint niet veel later zijn eigen meubelfabriek aan de Brouwerstraat. De vrijgezelle notarisdochter Mina Kuppen financiert het plan. Salet opent in 1919 een van de eerste gemechaniseerde meubelfabrieken in Nederland. Met serieproductie en vakkundig personeel, afkomstig van de werf Meijer.

Groei

De meubelindustrie in Beneden-Leeuwen groeit als kool. In de jaren 1920 begint Antoon Walraven, samen met zijn zoon Jan met meubelfabricage. Jan heeft het vak geleerd bij Salet. Een van de dochters Walraven trouwt met een telg uit de familie Bevers. In 1938 steken de twee families de koppen bij elkaar. De meubelfabriek Walraven & Bevers ontstaat, later verkort tot WéBé. Ze groeit uit tot een van de grotere Nederlandse meubelfabrieken. Wim Bosch, een werknemer van Walraven, start zijn eigen bedrijf in Appeltern en richt later in Beneden-Leeuwen de fabriek Goretti op. De familie Eltink richt in 1933 Eltink Meubelindustrie op. In Wamel 1938 beginnen de gebroeders Van Tiem een meubelfabriek en in hetzelfde jaar begint daar ook meubelmaker J. Vermeulen, later Vermeulen-Kalkers.

Zware klappen

Salet en zijn vooroorlogse dochterondernemingen zorgen na de Tweede Wereldoorlog voor een ware explosie aan nieuwe meubelbedrijven en stoffeerderijen. De meubelindustrie krijgt in de jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw zware klappen. Ze kan niet concurreren met de goedkope meubels uit Oost-Europa en Rusland. In de gemeente West Maas en Waal zijn er in de jaren tachtig nog achttien meubelbedrijven. In korte tijd verdwijnen ze bijna allemaal. Naast de hier genoemde bedrijvigheid is de baksteenindustrie van groot belang in het Land tussen Maas en Waal.

Bronnen en verder lezen:

  • J.H. Manders, Het Land tussen Maas en Waal (Zutphen 1982).
  • J.H. Manders, Maas en Waal: van armoede tot welvaart (Wijchen 1988).
  • J. van Os, De Stoomtram Nijmegen-Wamel, deel 1 (Wijchen 1984).
  • Heemkundevereniging Leeuwen