De riviervissers ontwikkelen door de eeuwen heen een eigen cultuur. Met een eigen ‘visserslatijn’, een taal die vaak niet te begrijpen is voor buitenstaanders, eigen gewoonten en ook plaatselijke tradities.

Rusten na zware arbeid © Heidemij
©Peter Deurloo, historicus en journalist  CC-BY-NC
bron: www.mijngelderland.nl
Riviervissers met roeiboten © Heidemij
Het binnenhalen van een groot net. © Fotocollectie Elsevier
De vangst komt aan land © Heidemij

Wanten met twee duimen

Zo breien de Heerewaardense vissersvrouwen bijzondere wanten. De vissers dragen tijdens het vissen wollen wanten met aan twee kanten een duim. Daardoor is het gemakkelijker om die met verkleumde handen aan te trekken. Zonder de wanten raken hun handen onderkoeld en gevoelloos. Ze kunnen verwondingen oplopen zonder het te voelen. De handschoenen lijken bij het breien voor reuzen bestemd, ze zijn wel tot anderhalve meter lang. Na het breien wassen de vrouwen ze meermaals in kokend water waardoor de wol krimpt en vervilt. Uiteindelijk blijft een normaal formaat handschoen over die waterdicht is.

Mannenwerk

Dit is een van de weinige bemoeienissen van de vrouwen met de visserij. Het is een echt mannenberoep. Ook het vlechten en herstellen van netten doen de mannen (in tegenstelling tot bij zeevissers). Het vlechten van korven en manden besteden ze uit aan bennenmakers. Vrouwen zitten thuis en zorgen voor de kinderen. Uitzondering zijn de schokkervissers uit Dreumel en Lith. In de vervalperiode van deze visserij als het huren van een knecht en van een huis te duur wordt en de schokker ook een woonschuit is, woont en werkt de vissersvrouw met haar man samen.

Ankerkuilvisserij

De ankerkuilvisserij met schokkers is lucratief. Hierbij vist men een net met een grote rechthoekige opening die uitloopt in een punt. Daardoor kan een kleine bemanning veel vis vangen. Is de schokker ook nog eens van de schipper zelf, dan zet hij alles op alles voor een goede vangst en gaat hij verantwoordelijk om met zijn schip. De bemanning bestaat uit familieleden en lukt het niet de vis af te zetten bij de groothandel, dan leurt een van de familieleden er zelf mee langs de deuren. Maakt de schokker deel uit van een groter bedrijf waarbij de schipper in dienst is, dan is de animo al een stuk minder.

Familiebedrijven

Het nadeel voor de familiebedrijven is dat de grote bedrijven zo rijk zijn dat ze de meeste pachtcontracten in handen krijgen. Dat betekent dat een eenpitter toch met de pet in de hand bij hen langs moet om voor een visvergunning te betalen. De eerste kuilvissers uit Heerewaarden hebben waarschijnlijk het vissen met een ankerkuil afgekeken bij vissers uit Moerdijk. Er bestaat een opvallende overeenkomst in terminologie over ankerkuilvisserij tussen Moerdijk en Heerewaarden. Vanuit Heerwaarden verspreidt de ankerkuilvisserij zich hoger de rivieren op.

Nederlandse vinding

De ankerkuilvisserij is een typische Nederlandse vinding. Vanaf Heerewaarden tot aan de Duitse grens liggen in 1912 honderddertig ankerkuilen, in 1914 zijn het er 152. In 1918 vindt in Arnhem de oprichting plaats van Ons Belang, een bond van ankerkuilvissers. In 1919 zijn er honderd leden, die over honderdtwintig schokkers beschikken. Vanuit Nederland en door Nederlandse vissers wordt de ankerkuilvisserij bekend in Duitsland en Frankrijk. Vissers uit Heerewaarden, Dreumel en Lith trekken in de gesloten tijd (als er niet in Nederland mag worden gevist) naar Duitsland om daar hun geluk te beproeven. Later doen ze dat ook buiten de gesloten tijd. Ze vissen er met een ankerkuil voor rekening van Duitse pachters, meestal ook vishandelaren, tegen een bepaald aandeel in de opbrengst. Van hen leren de Duitse Rijnvissers de ankerkuil kennen.

Bronnen en verder lezen: