Op de ochtend van oudejaarsdag 1925 breekt de Maasbandijk tussen Overasselt en Nederasselt. Het is de laatste dijkdoorbraak tot op heden. De materiële schade is groot maar er zijn geen verdrinkingsdoden. Wel sterven mensen door de honger en kou die daarop volgen. Huizen spoelen weg en voedselvoorraden bederven. De economische gevolgen zijn nog jarenlang voelbaar.

Lente 1926 in Dreumel, het water is gezakt maar de schade is nog niet hersteld © Katholieke Illustratie/RAN
©Eef van Hout  CC-BY-NC
bron: www.mijngelderland.nl
Door een gat in de muur en een plank konden deze inwoners van Dreumel droog van zolder naar dijk komen. © Katholieke Illustratie/RAN
In Leeuwen, Pastoor Zijlmanstraat: geëvacueerde koeien op het kerkhof © Katholieke Illustratie/RAN
Wijchen, bij de Teersdijk. Mariniers laden een roeiboot van een wagen © Katholieke Illustratie/RAN
De spoordijk in Wijchen als enige droge pad © Collectie Peter Deurloo/Grote Werken
Alphen, Middendam onder water © Collectie Peter Deurloo/Grote Werken
Een door ijs en stromend water verwoest huis in Dreumel © Katholieke Illustratie/RAN
Tussen Overasselt en Nederasselt bij het dijkgat. © Katholieke Illustratie/RAN
Het overstroomde gebied, zoals weergegeven in de krant © Collectie Peter Deurloo/Grote Werken
Een paard wordt geholpen © Collectie Peter Deurloo/Grote Werken
Door het dak naar buiten © Collectie Peter Deurloo/Grote Werken
Koningin Wilhelmina wordt rondgevaren in het overstroomde gebied © Peter Deurloo/Grote Werken
Vee verzameld aan de Schansedijk in het buurtschap Greffeling in Alphen © Collectie Peter Deurloo/Grote Werken
Koningin Wilhelmina op droge grond in het getroffen gebied. © Collectie Peter Deurloo/Grote Werken

Oorzaak van de doorbraak

De rijksoverheid is begonnen de Maas stroomopwaarts te kanaliseren. Ze legt stuwen en sluizen aan en verhoogt dijken. Rijk en dorpspolder Overasselt zijn het er over eens dat het dijkvak bij Overasselt verhoogd moet worden. Maar op wiens kosten dan? Het gesteggel duurt te lang om de dijk op tijd te versterken. Door zware regenval, smeltwater en een storm die het water tegen de dijk blaast, breekt deze op 31 december 1925.

Opblazen van de dijk

Het Land tussen Maas en Waal loopt af richting het westen. Omdat de dijk aan de hoogste kant is doorgebroken, stroomt het water in een paar dagen naar het westelijkste punt van het gebied bij Alphen en Dreumel. Dijkgraaf Johannes de Leeuw besluit de dijk daar op te blazen. Het waterpeil daalt daardoor, maar de stroom sleurt boomstammen voor de klompenmakerijen en delen van huizen mee en ramt huizen.

Evacuaties

Mensen en vee evacueren naar hogere plekken. Soms is de zolder hoog genoeg, maar vanwege kou en voedseltekort verlaten veel mensen toch hun woning. Mariniers varen rond om mensen te redden en voedsel te brengen. Veel evacués komen terecht in Nijmegen, Grave, Den Bosch en Tiel. Het vee stallen ze in kerken, op dijken en in de hogere dorpscentra. Door de opeenhoping van vee breken er veeziekten uit.

Kou en vorst

Op 11 januari begint het hard te vriezen. Het ijs is aanvankelijk te dun om over te lopen maar te dik om doorheen te varen. De voedselvoorziening komt in de knel. Als het water zakt hangt het ijs aan muren en bomen die door het gewicht naar beneden worden getrokken. Huizen en fruitboomgaarden gaan verloren. De dijken zijn spekglad.

Gemalen, sluizen en dijken

Wanneer het water eind januari ver genoeg gezakt is, worden de gaten in de bandijk gedicht. Het polderdistrict Maas en Waal bezit meerdere stoomgemalen. Zodra die schoongemaakt zijn, gaan ze pompen. In polderdistrict Rijk van Nijmegen is men afhankelijk van uitwateringssluizen. Die kunnen alleen water lozen als het water in de rivier lager staat dan binnen de dijken. Tussen de twee polderdistricten ligt een dwarskade, de Ruffelsdijk.

Wanneer aan de oostkant het water onder de kruin van die dijk staat, hoeven de gemalen alleen nog maar water uit het Land tussen Maas en Waal te pompen. Maar dan gaat het regenen en samen met de nog hoge Maas zorgt dat opnieuw voor een hoger water ten oosten van de dwarsdijk. De poldermeester van Wijchen dreigt de dwarsdijk door te steken. Dijkbewaking moet dat voorkomen. Uiteindelijk is het land ten oosten van de Ruffelsdijk pas in april droog.

Hulp en schadevergoedingen

De regering weigert de watersnood een nationale ramp te noemen. De hulpverlening is aangewezen op particuliere giften. Het verzamelde geld en hulpgoederen worden niet eerlijk verdeeld over de bewoners. Geld voor huisherstel gaat alleen naar eigenaren en niet naar huurders van huizen.

Naweeën

Het polderdistrict Rijk van Nijmegen verzwaart versneld de bandijk langs de Maas op rekening van de dorpspolders. Die moeten hun polderlasten enorm verhogen. Het polderdistrict bouwt nu ook gemalen. Pompen kost echter geld. Er ontstaan terugkerende meningsverschillen over wanneer de gemalen moeten draaien en hoeveel dit mag kosten. Het westelijke deel van Maas en Waal lijdt economisch het zwaarst. Boomgaarden zijn verwoest, huizen vernield, werkgelegenheid is schaars. De gemeente Wamel is bijna failliet, en de verpauperde bevolking zoekt in de jaren ’30 en ’40 zijn heil bij de Actie Bouwman en de NSB.

Bronnen en verder lezen:

De ramp die geen ramp mocht heten