Een duiventil heeft alles te maken met het recht op de 'duyveslagh'. Het recht is genoemd naar de sluiting (duivenslag) die binnen de til voor het vlieggat is aangebracht om duiven te kunnen vasthouden. Het recht, in eerste instantie bedoeld om de overlast van duiven op het land tegen te gaan, was in het begin een van de 'heerlijke rechten' van de adel. Later kregen ook andere grondbezitters, als boeren, kloosters en steden dit recht. De duivenslag was een soort prestige voor de eigenaar.

Duiventil in Leur.
©Wim Kattenberg 
bron: www.mijngelderland.nl
De gevel van boerderij Het Hof te Leur met in de top een duivenslag.
Duiventil van Leur.

Behalve bescherming van de oogst werden duiven ook vastgehouden vanwege de eieren, het vlees en de mest. Duivenvlees was in de winter een welkome aanvulling als vers rund- en varkensvlees moeilijk te verkrijgen was. De mest was belangrijk voor de bemesting van de moestuinen bij de kastelen, kloosters en de stadstuinen. Behalve duivenslagtillen (op palen) zijn er ook nog altijd duivenslagtorens, duivenslagpoorten en duivenslagen op zolders van boerderijen, boerenschuren en andere gebouwen. Dat ze zo hoog zijn heeft met het nestelen te maken. Dit kan alleen maar op een rustige en veilige plek.

Opheffing duivenrecht

Het duivenrecht werd in 1798 opgeheven. In 1803 werd de klok echter weer teruggedraaid en werd het houden van duiven alleen maar toegestaan aan personen die minimaal in het bezit waren van 12,5 ha grond. In 1954 verdween het duivenrecht uit het jachtrecht, waar het lang in was opgenomen. Voor plaatsing van een til of een andere vorm van duivenslag is nu toestemming van de gemeente nodig.

De Duiventil van Leur

De duiventil staat niet toevallig op het grondgebied van de heerlijkheid Leur. Hoewel in een huurcontract uit 1791 expliciet gesproken wordt over het recht van duivenslag in Leur, gaat het veel verder in de tijd terug. De heerlijkheid kent een lange geschiedenis. De til is om die reden rijksmonument. De huidige duiventil dateert van 1914. Op een aan vier zijden geschoorde achthoekige staander staat de geheel uit hout vervaardigde vierkante til. Het hierop bevindende tentdakje is met zink bekleed. Op de punt van het dakje staat een houten gedraaide piron als bekroning. In de voorzijde die gericht staat op het Grote Huis, bevinden zich de invliegopeningen voor de duiven. In de kast bevinden zich de legkasten en een schuifinstallatie om de invliegopeningen handmatig te openen en te dichten. In de beide zijkanten bevinden zich ruitvormige licht- en ventilatieopeningen en als toegang fungeert een luik aan de achterzijde dat alleen met een losse ladder te bereiken is. De laatste jaren verkeerde de duiventil van Leur in zeer slechte staat en kon alleen een ingrijpende restauratie dit monument nog redden.