Alphen, Wamel en Dreumel liggen in de Zak van Maas en Waal, het laagste gedeelte binnen Maas en Waal. Daar loopt alle water naar toe. Bewoners onttrekken zich al in de veertiende eeuw aan de verplichting om het afvoerputje van de streek te zijn. Een stevige dwarsdijk bij Wamel en Alphen houdt dat toestromende water uit hun eigen polder. In de zestiende eeuw bouwen de inwoners molens om hun eigen Molenpolder droog te malen. Er volgt een juridische strijd en zeventiende-eeuwse soap volgt.

Kaart Nicolaas Geelkercken uit 1633, naar aanleiding van de ruzie tussen Geërfden van de Molenpolder Dreumel-Alphen-Wamel en de molenbouwers © Gelders Archief CC1.0
©William van den Akker, Het Dijkmagazijn, Beuningen  CC-BY-NC
bron: www.mijngelderland.nl
Kaart van de weteringen in het westen van Maas en Waal uit 1649 © Gelders Archief CC1.0
De ‘Zak van Maas en Waal’. Uitsnede van kaart van de weteringen in het westen van Maas en Waal uit 1649 © Gelders Archief CC1.0
Waar Maas en Waal in elkaar overvloeiden. Linksboven de uitwatering vanuit Dreumel naar de Maas © Gelders Archief CC1.0
Molenontwerp voor watermolen van Leeghwater © PD
Molenmaker Jan Adriaanszoon Leeghwater aan het werk, Pieter Wilhelmus van de Weijer, naar Herman Frederik Carel ten Kate, 1834 - na 1900 © Rijksmuseum PD
Het gemaal Quarles van Ufford vlak na de bouw in 1953 © Gelders Archief CC1.0
Het gemaal Quarles van Ufford vlak na de bouw in 1953 (1) © Gelders Archief CC1.0
Drassig land in de ‘Zak van Maas en Waal’, zelfs nog begin jaren 1950 © Gelders Archief CC1.0
Drassig land in de ‘Zak van Maas en Waal’, begin jaren vijftig © Gelders Archief CC1.0

Molens naar Hollands voorbeeld

Polders als de Beemster (1612) en de Purmer (1622) in Holland dienen als voorbeeld. Daar lukt het ondernemers om met grote molens laag gelegen polders droog te malen. En rijk te worden van de agrarische opbrengst. Dat wil men in Alphen, Wamel en Dreumel ook wel. Marten Rutgerszoon de Beer, burgemeester van Naarden, is eigenaar van grond in de Molenpolder. Hij neemt het initiatief, samen met wat andere Hollanders die daar ook grond bezitten. Zijn plan is drie bestaande molens te repareren en drie grote nieuwe molens - naar Hollands model - te bouwen. Of zoveel meer molens als er nodig zijn om het gebied droog te maken. Eeuwen eerder verzetten de onafhankelijke boeren in het gebied zich al tegen plannen van Reinoud II in 1321 als hij de Oude Wetering wil doortrekken. Nu gaan ze in zee met een Hollandse kapitalist.

Wie gaat dat betalen?

In 1630 en 1631 knapt men de oude molens op en bouwt nieuwe. Een van de manco’s in het contract is wie de ‘blaffers’ moet aanleggen: de initiatiefnemers of de grondeigenaren in de dorpen die ook profiteren van deze investering? Blaffers zijn de keersluisjes die voorkomen dat het water terugloopt naar de schepraderen van de molens. De Molenpolder loopt daardoor in 1631 toch onder. Het ingezaaide zomerkoren verdrinkt: de eerste schadepost. Vanwege de Tachtigjarige Oorlog is beveiliging van de aannemers en hun knechten noodzakelijk. Ook dat blijkt niet goed geregeld. Wat volgt is een juridische ruzie over geld en verantwoordelijkheden. Het leger komt er aan te pas om penningen te innen. Het gaat dan al over bedragen van tienduizenden guldens. De rechtszaken slepen dertig jaar.

Ruzie over de techniek

De capaciteit van de zes molens is niet voldoende. De zware Hollandse molens werken alleen bij sterke wind. Geen probleem vlak bij zee, maar wel in Maas en Waal. De bekende Jan Adriaenszoon Leeghwater velt een oordeel. De ingenieur heeft inmiddels de succesvolle polder Naardermeer al op zijn cv staan. Leeghwater vindt dat De Beer slecht werk heeft geleverd. Volgens hem zijn ook de molens van De Beer in het Naardermeer prutswerk. Andere deskundigen vallen hem bij. De Beer bijt terug. Hij geeft aan dat de vervangende molens die Leeghwater later in het Naardermeer bouwde echt niet veel beter zijn. Waarschijnlijk is het voor de molenbouwers nog te ingewikkeld om een gebied zoals de Molenpolder droog te malen. Ze weten amper hoe de kwelbanen in de bodem lopen waardoor water binnen sijpelt.

Het stoomgemaal brengt redding

De Zak van Maas en Waal blijft natte voeten houden en heeft meer dan honderdduizend gulden schade. De Beer wordt in 1635 uitgekocht en afgedankt. Tot 1846 is de ondernemingslust uitgedoofd. Dan krijgt de Molenpolder internationale bekendheid. Als eerste in het rivierengebied bouwt men in Dreumel een voor die tijd zeer modern stoomgemaal. Na eeuwen aanmodderen stijgen de landbouwopbrengsten spectaculair. Toch blijkt de capaciteit van het gemaal niet voldoende om de drie polders van Dreumel, Wamel en Alphen droog te houden. Alphen en Wamel willen eigen installaties. Die komen er. In 1952 vervangt het elektrische gemaal Quarles van Uffort alle gemalen.

Bronnen en verder lezen:

  • H. van Heiningen, Tussen Maas en Waal. 650 jaar geschiedenis van mensen en water (Zutphen 1971).
  • Van Vamele tot Wamel, de polderontwikkeling
  • Gemalen.nl